www.outofasia.nl

Vrijwilligerswerk en goede doelen

6 maart

Eigenlijk zou ik 1 maart naar Jakarta vliegen om vrijwilligerswerk te gaan doen, maar omdat het me niet gelukt is vlak voor vertrek contact te leggen met de lokale organisatie, zit ik nu nog op Bali. Niet getreurd, ook hier kan ik me nuttig maken en mijn sociale netwerk groeit met de dag :-)

Dochter Aini

Diederik en ik hebben een adoptiedochtertje, Aini. Voor 12,- per maand stellen we een Balinees gezien in staat om hun kind naar school te laten gaan. En nu ik dan toch hier ben, wil ik mijn kleine meid natuurlijk met eigen ogen zien.

Geen probleem. De stichting Unlina zorgt ervoor dat we (mijn moeder en ik) netjes vanuit Kuta naar het gezin van Aini worden gebracht, dat in een kleine kampong net buiten Kuta woont. Wat een verschil met Kuta met al die westerse invloeden en "massa's" buitenlanders... Straatjes zijn smal, huizen zijn klein en mensen zijn niet rijk. Het gezin van Aini leeft met zijn vieren (papa, mama en zusje Lia van net 1 jaar oud) in een klein kamertje, waar 's nachts een matras wordt ingelegd en voila, een slaapkamer. Veel mensen lijken hun geld te verdienen met het maken van de armbandjes en kettinkjes die iedereen hier probeert te verkopen. Wat een contrast. 

Om niet met lege handen aan te komen, heb ik voor de kinders wat knuffelbeesten, pennen en andere schoolspulletjes en een educatief huis gekocht, zo'n huis met gaten waar blokken met verschillende vormen inmoeten, een klok en een telefoon en al dies te meer. Met name dat laatste cadeau valt in goede aarde, al had ik verwacht dat Aini er te oud voor zou zijn...

Mijn dochter is echt een schatje, maar aan haar verlegenheid is duidelijk te merken dat ze niet mijn genen heeft, haha.

School in Singaraja

Stichting Indah Education overweegt een nieuwe school op te zetten in een dorpje bij Singaraja, Noord-Bali. Of ik even een kijkje wil nemen in de kampong, wil babbelen met de Kepala Desa (het dorpshoofd) en verslag uit wil brengen naar NL? Ehhh.... Hoewel ik twijfel of ik wel de aangewezen persoon ben om dit aan te pakken, ga ik overstag. Eerst moet ik Diana opsporen, zij zal optreden als contactpersoon in Indonesie. Met enkel het adres van haar winkel (lees: een straatnaam) ga ik op zoek, wat best een opgave is omdat het een klein zijstraatje is wat niet op de kaart staat. Vaak ben ik echter niet verkeerd gelopen en ik heb haar gevonden.

Diana is een superaardige meid van 21 en het enthousiasme straalt er van af. Samen met haar durf ik het wel aan om naar Singaraja te gaan. Wayan, een vriend van haar, rijdt ons die kant op. En omdat ik dan toch een auto met prive-chauffeur heb, stoppen we meteen even in Tajen, een heel klein dorp in de middle-of-nowhere. Ook hier is een school waar Engels gegeven wordt door vrijwilligers, een mooie gelegenheid dus voor zowel Diana als voor mij om even te zien wat de bedoeling is zodat we beter voorbereid in Singaraja komen.

In Singaraja verloopt ons gesprek voorspoedig, de Kepala Desa is enthousiast, maar moet wel even overleggen met de Kecamatan en de politie (andere authoriteiten dus). Diana's ouders bieden huisvesting aan voor de vrijwilligers, dus dat lijkt ook geregeld. Aan anderen nu de taak om dingen verder uit te werken, maar daar heb ik alle vertrouwen in...

20 maart 2006

School in Tajen

Op weg naar Singaraja heb ik een kijkje mogen nemen bij een school in Tajen, wat zo goed bevallen is dat ik spontaan besloten heb langer te blijven om les te geven. Haitkse, een andere Nederlandse, zit er al een tijdje en samen gaan we er een weekje tegenaan. Mijn eerste les is 'misschien' op dinsdag, maar er blijkt dan echter ook een klas Balinese dans te zijn. Er zijn echter wel een hoop kinderen en die willen ook wel les dus blijven we een beetje rondhangen en met ze praten, een goede mogelijkheid voor mij om me voor te stellen zodat de 'echte' les dan een stuk soepeler kan beginnen. Bovendien is Tajen een klein dorp, dus zelfs de mensen die er niet zijn kennen me snel bij naam. Wanneer de dansles begint schuiven we echter daar aan om een kijkje te nemen, heel knap wat de kinderen al kunnen, hoe jong ze ook zijn.

De kinderen zien dit duidelijk als een eer. Al snel proberen we een gesprek te voeren, maar Balinees is toch heel anders dan Indonesisch... Maar al snel komen de kinderen erachter dat ook ik ijs lekker vind en al snel krijg ik een broodje ijs. Een wat?!? Ja, precies, een stukje klef witbrood me ijs. Een apparte combi moet ik zeggen!

De volgende dag Engelse les, volgens het boek. Haitkse, een lokale leraar en ik moeten drie klassen lesgeven. Het Engels van de lokale leraar is eigenlijk heel slecht, hoe moeten kinderen daar in hemelsnaam iets van leren? En wanneer ik ook maar een beetje afwijk van het boek, hebben veel kinderen moeite me te volgen. Zo goed en zo kwaad als het gaat, met wat voorbeelden in het Indonesisch en hulp van de slimmere kinderen in de klas lukt het me wel wat uit te leggen. Gelukkig maar, daar ben ik immers voor gekomen.

Wanneer we geen les op school hoeven te geven, klussen we vaak wat bij in de tuin. Zowel kinderen als leeftijdgenoten komen regelmatig langs voor een praatje. De kinderen zijn echte brutale aapjes, regelmatig rennen ze onze kamers in of gaan ze in onze tassen neuzen. He? Beetje raar... Maar het zijn ook echte schatjes, soms stiekem verliefd op elkaar, maar veel te verlegen om dat te bevestigen. 'Aku cinta kamu' (ik hou van jou) is echter iets wat ik vaak moet vertalen, net als 'Aku inggin bercinta kamu' voor de iets ouderen.... (Dan saya tidak inggin!!!)

Aan het eind van de week organiseren Haitske en ik een Nederlandse spellenmiddag met zaklopen, spijkerpoepen, eier-estafette, stoelendans, ezeltje-prik-je enz. We hebben al behoorlijk wat lol bij de voorbereiding van de spellen, het is immers een hele opgave om alle 'ingredienten' bij elkaar te zoeken. Natuurlijk willen mensen weten waarom we iets willen lenen, geef ze eens ongelijk, maar dit leidt wel tot vele hylarische momenten. De middag wel is echter een succes, de kinders zijn enthousiast en wij eigenlijk ook. Zeker voor herhaling vatbaar dus!

Tja, eigenlijk wil ik helemaal niet weg uit Tajen en al helemaal niet uit Indonesie. Ik voel me hier helemaal thuis. 's Ochtends in alle vroegte (rond 4 uur!) opstaan om te helpen met het maken van Pisang Rebus, een lokale lekkernij. Of om 's avonds te 'helpen' met het maken van offertjes van bananenbladeren en bamboe (die lijken op een boot en niet geaccepteerd worden door de goden)... Overmorgen heb ik echter met Ben in Thailand afgesproken, mijn visum loopt bijna af, dus ik moet wel. Ik wil echter dolgraag terug, liefst dit jaar nog. Eerst 'even' deze reis afmaken, dan soliciteren en werk vinden en nu maar hopen dat ik niet meteen hoef te beginnen en nog ff weg kan....


Deel deze pagina: